vier voor vijf

By margo2

 Er staan zalige schrijfsels op menig blog in het teken van dit estafettestokje.

Zo las ik ook HIER schitterende kindertijdanekdotes en liet me in het reactieluik ontvallen dat ik dat doorgeefhoutje misschien ook ooit eens zou wegrippen.

Als ik iets zeg, dan doe ik dat. Dus ik keer op mijn stappen terug en grabbel zonder dat iemand me ziet dat stokje weg en breng het als een dief in de nacht mee naar mijn eigen nestje.

Et voila, we zijn er hier mee.

Jeugdherinneringen van vóór mijn vijfde verjaardag

Geen. Niks. Noppes. Nada. Nougabollen.

Hoe diep ik ook graaf in mijn grijze massa (nuja, massa…), er komt niks. Ik krijg een geweldig schoon zicht op een grote leegte, een blanco pagina, een onbeschreven blad.

Was ik er wel al voor mijn vijfde?

Ik heb wel wat flarden uit de tijd dat ik nog kind was maar hoe jong ik toen was dat is een open vraag waarop ik wel nooit een antwoord zal krijgen. Mijn ma zou me dat wel kunnen zeggen hebben, maar ik kan het haar helaas niet meer vragen. Mijn pa zal het mij ook niet exact kunnen zeggen vrees ik, die zou zich pijn doen en het horen kraken onder zijn spierwitte haren. Ik heb namelijk mijn geheugencapaciteiten van hem geërfd.

En toch wil ik die paar flarden die ik nog ken even bijeenschrapen, omdat het voor jullie is.

* Ik had nog 2 broers en een zus en wij hadden alle 4 de gewoonte om via de houten trapleuning van boven naar beneden te glijden (andersom zou niet gemakkelijk geweest zijn). Op een keer kwam ik als laatste achteraan mijn broer gegleden maar ik was nogal geweldig en knalde tegen hem aan. Hij vloog van de slag met zijn arm door het glas van de voordeur, die zich een eindje verder tegenover de trap bevond. Hoe dat verder afgelopen is dat weet ik niet meer maar ik heb zo’n donkergroen vermoeden dat mama en papa niet content geweest zullen zijn.

* Met ons vieren speelden we altijd buiten. Rondom ons huis waren verschillende weiden. Rechtover was er eentje met koeien en een kabbelend beekje, verderop eentje dat we “de indianenbergskes” noemden en daarnaast een weide waarop het paard van de buurjongen stond te grazen. Als John, de buur, zijn paard verzorgde en eten gaf mochten wij mee en mochten we het paard aaien en een wortel voeren en zo. Op een dag was mijn oudste broer over de draad gekropen en bij het paard gegaan. Hem kennende zal hij dat beest wel geambeteerd hebben want met zijn volle gebit heeft hij een brok uit mijn broer zijn rug gehapt. Ik was er niet bij maar ik heb hem wel schreeuwend van de pijn en bloedend als een rund zien thuiskomen. Die gapende kloof staat me nog redelijk scherp voor ogen eigenlijk. Die plek is altijd een put gebleven in zijn rug.

* Mijn zus en ik hadden er een spelletje van gemaakt om altijd te racen tegen elkaar als de telefoon rinkelde. Wie het eerst de telefoon kon opnemen was gewonnen. Nogal simpel maar toch plezant. Op een dag rinkelt de telefoon en ik zie mijn zus haar aanloop nemen. Ik zet mij in vijfde vitesse en spurt haar achterna, maar ik bleef met mijn mouwloos jeansvestje aan de klink van de livingdeur haken en belandde met mijn arm door het glas van de grote wandkast. Ik was verloren maar had iets later wel 2 hechtingen in mijn hand.

 

* Mijn ouders hebben altijd een muziekgroepje gehad en als ze gingen optreden kwam er een babysit om op ons te passen.  Op een weekendavond was er geen oppas en moesten we onze plan een beetje trekken. Het duurde niet lang of mijn oudste broer en zus reden met hun velo bij kameraden. Mijn andere broer en ik bleven gezellig thuis en ineens komt broer met een pakje Belga filter aanzetten. Gevonden in de schuif. We hebben alle twee sigaretten zitten paffen, we waren zo high als een junkie met afkickverschijnselen. Ziek dat ik was. Ineens ging de deurbel. Door het raam zagen we de auto van tante en nonkel en in een mum van tijd stond ik met een luchtverfrisser uit de WC te spuiten en met mij armen te zwaaien om de doemp weg te krijgen.  Ze kwamen eens kijken of alles in orde was met ons. Ma had hen gebeld om toch maar eens te checken, voor de zekerheid. Toen ze vroegen wat er zo stonk zei broer dat de buur was langsgeweest en dat die altijd rookt en dat we met de spuitbus hadden gespoten om die stank weg te krijgen. Of ze dat geloofden, daar twijfel ik eerlijk gezegd een beetje aan, maar ze hebben het nooit aan mijn ouders verteld, waar ik hen bij deze eigenlijk eens zou willen voor bedanken.

Reageer